08-2024 Advies Klachtencommissie Wbtv
Advies van Klachtencommissie Wbtv
Aan Raad voor Rechtsbijstand
t.a.v. de heer R. de Nas
Datum: 24 februari 2025
Met deze brief adviseert de Klachtencommissie Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: de commissie) middels u de minister van Justitie en Veiligheid over een klacht, ingediend tegen [beklaagde], ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: Rbtv), onder [Wbtv nummer], als:
- [Registraties Rbtv]
Verloop van de procedure
Op 18 juni 2024 heeft [klager] namens de Nationale Politie een klacht ingediend bij Bureau Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: Bureau Wbtv) over gedragingen van beklaagde. Op 19 juni 2024 is de beklaagde geïnformeerd over de klacht. De beklaagde heeft op 10 juli 2024 een verweerschrift ingediend.
De commissie had een hoorzitting in augustus 2024 ingepland. Omdat de klager verhinderd was, is die hoorzitting komen te vervallen. Omdat de commissie in beginsel iedere vier weken vergaderd is de hoorzitting toen verplaatst naar 27 september 2024.
Op 12 september heeft beklaagde een aanvullend verweerschrift ingediend. Op 19 september is er namens de klager nog een aanvullende klachtbrief ingediend, vergezeld van vier videofragmenten.
Op 27 september 2024 was beklaagde als toehoorder aanwezig bij de klacht inzake klacht 07-2024 vanwege de onderlinge samenhang tussen de klachten. Op die hoorzitting heeft beklaagde bezwaar ingediend tegen deelname van alle drie de commissieleden aan het onderzoek. Daarop is het onderzoek inzake beide klachten geschorst, in afwachting van het besluit op bezwaar. Op 14 november 2024 heeft de bezwaarcommissie een hoorzitting georganiseerd met drie andere leden van de commissie. Op 10 december 2024 heeft de bezwaarcommissie het bezwaar op alle onderdelen ongegrond verklaard.
Op 28 januari 2025 heeft een nieuwe hoorzitting plaatsgevonden. Op verzoek van beklaagden zijn partijen op grond van artikel 8, lid 5 van het Reglement buiten elkaars aanwezigheid gehoord en is de hoorzitting gecombineerd met de behandeling van klacht 07-2024 vanwege de onderlinge samenhang tussen de klachten. Beklaagde is tijdens de hoorzitting bijgestaan door zijn gemachtigde.
De Klachtencommissie heeft de volgende stukken ontvangen:
- Klachtbrief, ontvangen per e-mail op 18 juni 2024;
- Verweerschrift, ontvangen per e-mail op 10 juli 2024;
- Aanvullend verweerschrift, ontvangen per e-mail op 12 september 2024 en per post, met bijlage:
- Getuigenverklaring;
- Getuigschrift van de Nationale Politie, en;
- Aanvullende klachtbrief, ontvangen per e-mail op 19 september, met bijlagen:
- Vier videofragmenten van camerabewaking;
- Een memorandum over het strafrecht van 31 oktober 2024, welke op 28 januari 2025 aan het klachtdossier is toegevoegd;
- Een memorandum over het privacyrecht van 31 oktober 2024, welke op 28 januari 2024 aan het klachtdossier is toegevoegd, en;
- De spreeknotitie van beklaagde van 28 januari 2025.
De klacht is op 27 september 2024 en op 28 januari 2025 behandeld door een kamer van de commissie, die als volgt was samengesteld:
- de heer mr. dr. R.W.J. Severijns, voorzitter;
- mevrouw J. de Sousa Martins-Bierhoff, lid, en;
- mevrouw dr. N. Doornbos, lid.
De commissie is bijgestaan door de heer M. Bax als secretaris.
De hoorzitting betrof een gecombineerde zitting met klacht 07-2024 vanwege de onderlinge samenhang tussen de klachten.
De commissie heeft kennisgenomen van de stukken van het klachtdossier en van hetgeen door klager en betrokkenen tijdens de hoorzitting naar voren is gebracht. Alle stukken zijn ter kennisgeving verschaft of in ieder geval aan beide partijen ter beschikking gesteld. De commissie overweegt als volgt.
Klacht
De klacht is naar het oordeel van de commissie als volgt samen te vatten:
Beklaagde staakt en annuleert zijn tolkopdrachten na een incident tussen zijn opdrachtgever en zijn broer.
Verweer
Beklaagde werkt al twaalf jaren als tolk. Hij heeft in die hoedanigheid diverse keren voor de politie getolkt. Dit is altijd naar tevredenheid gebeurd. Er zijn geen eerdere klachten of meldingen geweest.
Op 13 juni 2024 wordt beklaagde voorafgaand aan zijn tolkopdrachten op locatie gebeld door zijn broer die tolkt in hetzelfde opsporingsonderzoek. Zijn broer vertelt dat hij die ochtend door [betrokkene 1] is geschoffeerd, beledigd, geïntimideerd en bedreigd. Beklaagde merkt dat zijn broer emotioneel is en probeert hem te kalmeren. Beklaagde belooft om het gesprek met de teamchef aan te gaan in een poging te bemiddelen.
Het gesprek tussen beklaagde en betrokkene 1 heeft die middag plaatsgevonden. Het gesprek leidde niet tot consensus of een oplossing. Betrokkene 1 begon direct te dreigen met consequenties richting de broer van beklaagde. Het was voor de betrokkene persoonlijk en hij was boos op de broer van beklaagde. Betrokkene 1 dreigde ook met het indienen van een klacht. Dit heeft de beklaagde zelf ook als intimiderend ervaren. Daarop heeft beklaagde besloten zijn tolkopdracht voor die dag te staken en de verdere opdrachten in het opsporingsonderzoek te annuleren.
Deze intimidatie wordt voortgezet tijdens de hoorzitting in het kader van de klacht, waar betrokkenen geüniformeerd en gewapend verschijnen.
Van het onprettige gesprek tussen beklaagden en betrokkene is een getuigenverklaring overgelegd. Het betreft een verklaring van een derde tolk die aanwezig was. Die getuigenverklaring onderschrijft de gebeurtenissen zoals beschreven door beklaagde.
De klager schrijft dat het opsporingsonderzoek ernstige schade heeft geleden onder het feit dat de tolkopdracht is gestaakt en nadere opdrachten zijn geannuleerd. Beklaagde geeft aan dat er de volgende alweer een andere tolk was en dat het opsporingsonderzoek dus niet stil heeft gelegen.
Ontvankelijkheid
Alvorens de commissie een beoordeling geeft en zich uitspreekt over de gegrondheid van de klacht oordeelt de commissie eerst over de ontvankelijkheid van de klacht omdat door de beklaagde is betoogd dat de klacht niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard.
De commissie is wettelijk belast met het onderzoek naar en het adviseren over de klacht op basis van de Gedragscode voor tolken in het kader van de Wbtv. Een klacht wordt niet ontvankelijk verklaard als deze niet voldoet aan de wettelijke vereisten, of als het gewicht van de gedraging of het belang van de klager kennelijk onvoldoende is. Naar oordeel van de commissie zijn in deze klacht voldoende redenen om het handelen van beklaagde te onderzoeken.
Het opzeggen van een opdracht kan raken aan de Gedragscode. De tolk heeft de plicht om gemaakte afspraken na te komen. Anderzijds is een tolk ook verplicht een opdracht te staken als deze de kwaliteit van de prestatie niet kan garanderen. In deze klacht kan niet vooraf worden bepaald waarvan sprake is.
Beoordeling
Uit de stukken en het verhandelde op de hoorzitting is, voor zover hier van belang, voor de commissie het volgende vast komen te staan.
Beklaagde heeft zijn tolkopdracht gestaakt en geannuleerd nadat een gesprek met betrokkenen over gedragingen van de broer van beklaagde uit de hand is gelopen. Het staat voor de commissie vast dat er iets fout is gegaan in de communicatie tussen de beklaagde en betrokkene. De commissie kan op basis van het onderzoek niet vaststellen of de betrokkenen zich destijds zo kalm hebben gedragen als op de hoorzitting of juist zo emotioneel als de beklaagde beschrijft.
De toon van het gesprek en de wijze waarop deze heeft plaatsgevonden zijn relevant voor de commissie om af te kunnen wegen of beklaagde zonder geldige reden de tolkopdrachten heeft geannuleerd. Nu dit niet met zekerheid kan worden vastgesteld kan de commissie alleen kijken naar de verhoudingen tussen beklaagde en betrokkene. Uit hetgeen is opgeschreven door beklaagde en betrokken, hetgeen is gewisseld op de hoorzitting, het feit dat er tegenklachten zijn ingediend en dat op de tweede hoorzitting de partijen apart zijn gehoord volgt duidelijk dat de verhoudingen die dag ernstig verstoord zijn geraakt.
In algemene zin moeten tolkopdrachten worden uitgevoerd zoals overeengekomen. De Gedragscode verplicht tolken tegelijkertijd om opdrachten te staken indien de kwaliteit van hun werk niet kan worden gegarandeerd, ook als dat het gevolg is van de werkomstandigheden. Hoewel de exacte oorzaak van de verstoorde verhoudingen na het incident met de broer van beklaagde niet kan worden vastgesteld, volgt duidelijk dat de werkomstandigheden het op dat moment onmogelijk maakten om de tolkopdrachten voort te zetten.
De commissie geeft beklaagde wel mee om in het vervolg eerst te kijken of een vorm van bemiddeling de situatie kan helpen. Beklaagde heeft tijdens het overleg besloten al zijn opdrachten te staken en vervolgopdrachten te annuleren en heeft daarbij de belangen van de opdrachtgever onvoldoende meegewogen.
Overschrijding adviestermijn
De commissie behandelt een klacht op grond van artikel 23 Wbtv binnen zes weken na de ontvangst van een klacht en kan de termijn vervolgens met vier weken verlengen. De klacht is op 18 juni 2024 2023 ingediend bij Bureau Wbtv. Na ontvangst van de klacht is beklaagde onmiddellijk hiervan op de hoogte gesteld en in de gelegenheid gebracht om een reactie in te dienen. De partijen zijn op 16 juli 2024 geïnformeerd dat de klacht aan de commissie zou worden voorgelegd op de hoorzitting van 30 augustus 2024. De klager bleek verhinderd. Daarop is de klacht ingediend op de eerst volgende hoorzitting van de commissie op 27 september 2024. Op de hoorzitting inzake klacht 07-2024 diezelfde dag er bezwaar ingediend tegen de commissieleden waarbij ook het onderzoek van de onderhavige klacht is geschorst. Uitspraak op dat bezwaar volgde op 10 december 2024. Het onderzoek is hervat en afgerond op een gecombineerde hoorzitting op 28 januari 2025.
Gelet op het bovenstaande heeft de commissie de gangbare wettelijke termijnen om over de klacht te adviseren ruimschoots overschreden. Hierbij is sprake van een negatieve samenloop van verhindering door één partij enerzijds en een bezwaarprocedure anderzijds.
De commissie heeft gepoogd om desondanks de klachtprocedure met de gebruikelijke waarborgen spoedig voort te blijven zetten. En hoewel de in de Wbtv genoemde termijnen slechts termijnen van orde betreffen, zal de commissie in haar advies de ruime termijnoverschrijding meewegen.
Advies
De commissie adviseert de klacht ongegrond te verklaren.
De commissie heeft niet vast kunnen stellen dat het staken van de tolkopdracht en het annuleren van de toekomstige opdrachten in het opsporingsonderzoek zonder geldige redenen was.
De commissie heeft wel vastgesteld dat de werkomstandigheden verstoord zijn geraakt door de incidenten die dag. Verstoorde werkomstandigheden kunnen een geldige reden zijn voor het beëindigen van een opdracht.
Tot slot
Klager en beklaagde zullen van de commissie een afschrift van dit advies ontvangen.
De commissie stelt het op prijs te zijner tijd te vernemen op welke wijze de klacht door het Bureau Wbtv is afgehandeld.
Wij vertrouwen erop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Voor eventuele nadere informatie kunt u contact opnemen met het secretariaat van de commissie, bereikbaar onder bovengenoemd telefoonnummer en e-mailadres.
Hoogachtend,
De Klachtencommissie Wbtv
[Handtekening] [Handtekening]
Dhr. M. Bax Dhr. mr. dr. R.W.J. Severijns
Secretaris Klachtencommissie Wbtv Voorzitter Klachtencommissie Wbtv
Bijlage bij het advies van de Klachtencommissie Wbtv (klachtnr. 08-2024)
Toepasselijke artikelen uit de Gedragscode voor tolken in het kader van de Wbtv (2024)
E. Professionaliteit
Onder professionaliteit versta ik in het kader van deze gedragscode het volgende:
- Ik gedraag mij altijd professioneel;
- Ik behandel de betrokkenen met respect;
- Voor zover dat in mijn macht ligt, ben ik verantwoordelijk voor de kwaliteit van mijn prestatie;
- Ik verbind mij ertoe mijn kennis en deskundigheid permanent te onderhouden.
Ter nadere invulling van de kernwaarde professionaliteit handel ik als volgt en neem ik het volgende in acht:
- Ik staak de opdracht indien ik de kwaliteit van mijn prestatie niet (langer) kan garanderen, ook wanneer dit het gevolg is van de werkomstandigheden.
- Ik kom afspraken tijdig na, en voorkom dat ik deze zonder geldige reden en ontijdig annuleer.