09-2024 Advies Klachtencommissie Wbtv
Advies van Klachtencommissie Wbtv
Aan Raad voor Rechtsbijstand
t.a.v. de heer R. de Nas
Datum: 31 oktober 2024
Met deze brief adviseert de Klachtencommissie Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: de commissie) middels u de minister van Justitie en Veiligheid over een klacht, ingediend tegen [beklaagde], ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: Rbtv) onder [Wbtv nummer] als:
- [Registraties Rbtv]
Verloop van de procedure
Op 17 juni 2024 heeft [klaagster] een klacht ingediend bij Bureau Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: Bureau Wbtv) over gedragingen van beklaagde. Per brief van 26 juni 2024 is beklaagde op de hoogte gesteld van de klacht. Op 8 juli 2024 heeft beklaagde gebruik gemaakt van haar recht om een verweerschrift in te dienen. Op basis van de klacht en het verweerschrift zijn beide partijen op 16 juli 2024 geïnformeerd dat de klacht aan de Klachtencommissie Wbtv zou worden voorgelegd en dat er een hoorzitting zou worden georganiseerd op 30 augustus 2024.
De klaagster heeft per e-mail op 14 augustus 2024 laten weten aan de secretaris dat zij niet zou deelnemen aan de hoorzitting. Na deze berichtgeving en met instemming van beklaagde heeft de commissie er op 27 augustus voor gekozen om de hoorzitting op 30 augustus 2024 geen doorgang te laten vinden. Per e-mail van 28 augustus 2024 heeft de klaagster laten weten graag digitaal aan te willen sluiten bij de inmiddels geannuleerde hoorzitting en nog een aanvullend schrijven aangeleverd. De commissie heeft daarop aangegeven alleen een nieuwe hoorzitting te zullen organiseren indien de beklaagde daar expliciet mee zou instemmen. Op 27 september 2024 heeft beklaagde laten weten een nieuwe hoorzitting niet op prijs te stellen. De commissie heeft deze klacht daarom schriftelijk afgehandeld.
De Klachtencommissie heeft de volgende stukken ontvangen:
- Klachtformulier, ontvangen per e-mail op 17 juni 2024;
- Verweerschrift, ontvangen per e-mail op 18 juli 2024;
- Aanvulling op klacht, ontvangen per e-mail op 28 augustus 2024, en;
- Aanvullend verweerschrift, ontvangen per e-mail, op 27 september 2024.
De klacht is op schriftelijke wijze behandeld door een kamer van de commissie, die als volgt is samengesteld:
- de heer mr. dr. R.W.J. Severijns, voorzitter;
- mevrouw dr. N. Doornbos, lid;
- de heer N. Adel, lid, en;
- mevrouw L. Ahmed, lid.
De commissie heeft zich doen bijstaan door de heer M. Bax als secretaris.
De commissie heeft kennisgenomen van de stukken in het klachtdossier. Alle stukken zijn ter kennisgeving aan beide partijen overlegd. De commissie overweegt als volgt.
Klacht
De klacht is naar het oordeel van de commissie als volgt samen te vatten:
Klachtonderdeel A: Beklaagde heeft zich tijdens haar tolkwerkzaamheden partijdig opgesteld op non-verbale wijze;
Klachtonderdeel B: Beklaagde heeft zich tijdens haar tolkwerkzaamheden onprofessioneel uitgelaten tegenover een betrokkene;
Klachtonderdeel C: Beklaagde heeft na afloop van haar tolkwerkzaamheden een gesprek aangeknoopt met klaagster over de gang van zaken tijdens de tolkwerkzaamheden;
Verweer
Beklaagde heeft een verweerschrift ingediend en dit later aangevuld.
Beklaagde geeft in haar schrijven aan dat zij niet precies weet waar de klacht over gaat en dat de klacht niet goed is onderbouwd.
De tolkopdracht betrof een bespreking tussen een anderstalige werknemer en zijn advocate (klaagster) enerzijds en een werkgever en diens advocaat anderzijds (opdrachtgever). De bespreking werd aanvankelijk door beklaagde simultaan getolkt. Op verzoek van klaagster is beklaagde overgegaan op consecutief tolken. De cliënt van klaagster bleef geregeld tussendoor vragen wat er was gezegd. Daarop heeft beklaagde verzocht om ruimte te geven aan haar om consecutief te tolken.
Klaagster klaagt over partijdige non-verbale communicatie. Maar klaagster heeft onmogelijk non-verbale communicatie van beklaagde op kunnen pikken omdat er geen directe zichtlijn was tussen hun twee. De cliënt zat tussen hen in. Het verwijt dat beklaagde de opdrachtgever gunstig zou willen stemmen is uit de lucht gegrepen.
Na een tijdje begon de bespreking nadelig uit te pakken voor de cliënt van klaagster. De cliënt zou daarop een telefoon vast hebben genomen en aan klaagster hebben gevraagd “zal ik dit tonen”. Dit werd door klaagster afgeraden. Dit is beide door beklaagde getolkt in lijn met de Gedragscode. Dat zette de cliënt van klaagster aan om te vragen voor wie beklaagde nu eigenlijk tolkte. Beklaagde heeft daarop haar onafhankelijkheid en onpartijdigheid benadrukt op zakelijke en stellige wijze. Dit zou door klaagster als emotioneel en onprofessioneel zijn ervaren. Maar dat is feitelijk niet het geval.
Daarna is het overleg geschorst en uiteindelijk gestaakt. Na afloop heeft beklaagde eerst afscheid genomen van de werkgever en diens advocaat en daarbij aangegeven dat zij het betreurde dat de bespreking abrupt tot een einde was gekomen. De advocaat van de werkgever, tevens de opdrachtgever van beklaagde, gaf aan dat de tolkopdracht naar tevredenheid was uitgevoerd. Vervolgens kwam beklaagde op de parkeerplaats ook klaagster tegen. Zij heeft klaagster niet achtervolgd. Uit goed fatsoen wilde beklaagde ook afscheid nemen van klaagster en gaf in haar richting aan dat zij het verloop betreurde. Dit gebeurde niet op verontwaardigde toon. Het citaat van klaagster is niet door beklaagde uitgesproken (“dat als iemand commentaar heeft op haar werkwijze, zij daar onmiddellijk op reageert”), ook niet tijdens de bespreking. Beklaagde gaf haar contactgegevens op eigen beweging.
Beklaagde betwist de schriftelijke verklaring van de anderstalige cliënt van klager. Zo is de tekst zichtbaar veranderd, bevat het origineel geen interpunctie in tegenstelling tot de vertaling, staat de tekst vol van taalfouten, is er een niveauverschil tussen de teksten en ontbreekt de naam en achternaam van de auteur en vertaler. Dit is een poging tot interpretatie van een tekst en geen vertaling.
Beoordeling
Uit de stukken is, voor zover hier van belang, voor de commissie het volgende vast komen te staan:
De klacht is in algemene termen geformuleerd en niet met concrete gedragingen onderbouwd. Het is daarmee voor de commissie niet vast komen te staan dat de beklaagde zich met non-verbale communicatie onpartijdig en afhankelijk heeft opgesteld. Klaagster geeft hiervan geen nadere onderbouwing in haar klacht en ook niet in de aanvulling op de klacht. Dit is door beklaagde ook in haar verweerschrift naar voren gebracht. Klaagster heeft in haar reactie op het verweerschrift.
Ditzelfde geldt voor het onprofessioneel bejegenen door de beklaagde. Het is de commissie niet duidelijk geworden dat beklaagde zich onprofessioneel zou hebben opgesteld en uit welke uitingen dit zou blijken. Dat de beklaagde om ruimte zou hebben gevraagd om consecutief te kunnen tolken wordt door de commissie niet als overtreding van de Gedragscode beschouwd. Dat geldt ook voor de reactie van de beklaagde dat zij onafhankelijk en onpartijdig is en alles vertolkt wat wordt gezegd.
Dan resteert het gesprek op de parkeerplaats na afloop van de tolkdienst. De Gedragscode schrijft inderdaad het volgende voor onder kernwaarde “A. Integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid: 8. Ik vermijd onderonsjes en één-op-één-overleggen met de betrokkenen, vóór, tijdens en na de tolkdopdracht. Zo stel ik mij afzijdig op tijdens het wachten vóór de opdracht, en neem ik na de opdracht direct afscheid van de betrokkenen.” Het is vast komen te staan dat klaagster en beklaagde woorden hebben gewisseld op de parkeerplaats. De verklaringen van de partijen over de inhoud van hetgeen gewisseld is spreken elkaar tegen. Klaagster schrijft dat beklaagde zou hebben gezegd “dat als iemand commentaar heeft op haar werkwijze, zij daar onmiddellijk op reageert” en dat zij dit op verontwaardigde toon zou hebben gedaan. Beklaagde geeft aan dat zij het abrupte einde van de opdracht betreurde en vervolgens haar visitekaartje zou hebben afgegeven en afscheid hebben genomen. Aangezien de partijen elkaar tegenspreken op dit punt kan de commissie niet vaststellen wat er feitelijk is gewisseld en of dit in overtreding met de Gedragscode zou zijn, gezien de beperkte aard en inhoud van het gesprek.
Ontvankelijkheid
Alvorens de commissie zich uitspreekt over de gegrondheid van de klachten oordeelt
de commissie eerst over de ontvankelijkheid van de klachten. De beklaagde verzoekt de klacht niet-ontvankelijk te verklaren. De klacht is volgens beklaagde immers onvoldoende of niet onderbouwd.
De commissie oordeelt dat de klacht voldoet aan de eisen die aan een klacht worden gesteld. De klacht ziet toe op gedrag van beklaagde die potentieel een inbreuk op de Gedragscode Wbtv zouden kunnen vormen. De onpartijdigheid, onafhankelijkheid en professionaliteit zijn immers kernwaarden van beëdigde tolken. Een eventuele gebrekkige onderbouwing van de klacht doet hier niets aan af, maar zal wel worden meegenomen in het advies. De commissie adviseert de klachtonderdelen A, B en C daarom ontvankelijk te verklaren.
Advies
De commissie adviseert:
Klachtonderdelen A, B en C ongegrond te verklaren.
De klacht is door de klaagster onvoldoende onderbouwd, ook in reactie op het verweerschrift. De commissie heeft op basis van de gebrekkige informatie in het klachtdossier daarom niet vast kunnen stellen dat beklaagde de Gedragscode heeft overtreden.
Overschrijding adviestermijn
De commissie behandelt een klacht op grond van artikel 23 Wbtv binnen zes weken na de ontvangst van een klacht en kan de termijn vervolgens met vier weken verlengen. De klacht is op 17 juni 2024 ingediend bij Bureau Wbtv. Direct na ontvangst van het verweerschrift zijn beide partijen op 16 juli geïnformeerd dat de klacht aan de commissie werd voorgelegd en werden zij uitgenodigd op de hoorzitting. Vanwege de vakantieperiode was die hoorzitting eind augustus. Die hoorzitting is geannuleerd nadat klaagster zich had afgemeld. Toen klaagster hier op terugkwam is de commissie daarin niet meegegaan zonder expliciet instemmen van beklaagde. Daarom is alle ruimte geboden aan beklaagde om zelfstandig af te wegen of zij nog een hoorzitting wenste. Direct nadat zij schriftelijk had aangegeven daar van af te zien heeft de commissie zich schriftelijk over dit advies gebogen
Gelet op het bovenstaande heeft de commissie de minister niet binnen de gangbare wettelijke termijnen over de klacht kunnen adviseren. Nu de in de Wbtv genoemde termijnen slechts termijnen van orde betreffen, oordeelt de commissie dat aan de overschrijding daarvan in dit geval geen consequenties behoeven te worden verbonden.
Tot slot
Klager en beklaagde zullen van de commissie een afschrift van dit advies ontvangen.
De commissie stelt het op prijs te zijner tijd te vernemen op welke wijze de klacht door het Bureau Wbtv is afgehandeld.
Wij vertrouwen erop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Voor eventuele nadere informatie kunt u contact opnemen met het secretariaat van de commissie, bereikbaar onder bovengenoemd telefoonnummer en e-mailadres.
Hoogachtend,
De Klachtencommissie Wbtv
[Handtekening] [Handtekening]
Dhr. M. Bax Dhr. mr. dr. R.W.J. Severijns
Secretaris Klachtencommissie Wbtv Voorzitter Klachtencommissie Wbtv
Bijlage bij het advies van de Klachtencommissie Wbtv (klachtnr. 09-2024)
Toepasselijke artikelen uit de Gedragscode voor tolken in het kader van de Wbtv (2024)
A. Integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid
Onder integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid versta ik in het kader van deze gedragscode het volgende:
- Ik ben integer.
- Ik stel mij onafhankelijk, onpartijdig en objectief op, zowel vóór, tijdens als na de opdracht.
- Ik negeer eigen vooroordelen en voorkeuren bij de werkzaamheden.
- Ik stel ieder mogelijk eigen belang terzijde.
- Ik zorg dat elke (schijn van) vooringenomenheid wordt voorkomen.
- Ik laat mijn werkzaamheden niet beïnvloeden door druk van buitenaf en voer mijn werkzaamheden in alle vrijheid en zonder vrees uit.
Ter nadere invulling van de kernwaarde integriteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid handel ik als volgt en neem ik het volgende in acht:
1. Ik uit geen persoonlijke opinies, voorkeuren, interpretaties of gevoelens, ook niet op (voor zover mogelijk) non-verbale wijze.
7. Ik blijf mij bewust van mijn eigen rol als tolk en neem in principe geen deel aan gesprekken die niet met de opdracht te maken hebben.
8. Ik vermijd onderonsjes en een-op een-overleggen met de betrokkenen vóór, tijdens en na de tolkopdracht. Zo stel ik me afzijdig op tijdens het wachten vóór de opdracht, en neem ik na de opdracht direct afscheid van de betrokkenen.
E. PROFESSIONALITEIT
Onder professionaliteit versta ik in het kader van deze gedragscode het volgende:
- Ik gedraag mij altijd professioneel;
- Ik behandel de betrokkenen met respect;
- Voor zover dat in mijn macht ligt, ben ik verantwoordelijk voor de kwaliteit van mijn prestatie;
- Ik verbind mij ertoe mijn kennis en deskundigheid permanent te onderhouden.